Over wet-en regelgeving

Even in steekwoorden: Wetgeving, Wrp, Apv, vergunningstelsels, gemeentelijk beleid, nadere richtlijnen en -voorwaarden, beleidsvoornemens, Bibob, vestigingsplekken en (facet)-bestemmingen/bestemmingsplannen, exploitatievergunningen.... bouw-, brand-, veiligheids- en hygiëne-eisen, speciale fiscale aanpak en natuurlijk alle controles daarop door de gemeentelijke-en rijksdiensten - bouw en woning-toezicht, Brandweer, GGd en de aangestelde toezichthouder, de Belastingdienst en eventueel Fiod, controledienst Szw (Arbeidsinspectie en Siod) enz. zijn je deel als je een bedrijf wenst in de relaxsector.

Wetgeving is altijd een complexe zaak. De Rijksoverheid heeft gemeenten de gelegenheid gegeven om vergunningstelsels in te richten. Inmiddels is vanaf 2009 nieuwe wetgeving bij de Kamers in behandeling de Wrp, de Wet regulering Prostitutie en terugdringing misstanden in de prostitutiebranche. In de Wrp moeten gemeenten vergunnen of actief niet-vergund bestrijden. Ook een zg. 'nul-optie' (geen enkele vergunning) is dan mogelijk, mits men dat kan motiveren op basis van de bevoegdheden t.a.v. openbare orde, veiligheid en volksgezondheid

Het, beleid en toepassing levert niet zelden verschillen van inzicht op en niet zelden komt ook de Rechter er aan te pas om de puntjes op de ï te krijgen. Op de legale relaxsector zijn alle wetten van toepassing die ook voor elke andere sector gelden. Dus ook net als in andere sectoren, zijn er ook speciale wetsartikelen van toepassing die op die sector (mede) zijn toegesneden. In Nederland is het vak van prostituee nooit een verboden activiteit geweest.

De bedrijfsmatige organisatie was verboden tussen 1911-2000, maar al vanaf 1969 werd niet meer opgetreden tegen seksbedrijven die geen problemen opleverden ten aanzien van openbare orde, veiligheid, volksgezondheid. Die bedrijven werden na 2000 vergund - van de toen nog 1350 actieve seksbedrijven (zonder de zg Raambedrijven) zijn er in 2017 slechts ca  200 over. Er kwamen slechts enkele geheel nieuwe vestigingen bij in het hele land. Daarnaast kwamen er wel ca. 100 vergunde escortbedrijven bij. In totaal gaat het dus, naast de raambedrijven, om ca. 300 legaal werkende en vergunde bedrijven die wij kunnen en willen vertegenwoordigen.

Na 2000 groeide de hele sector qua volume echter met ca 1 % per jaar. Het niet-vergunde deel van de sector groeide medio 2017 naar ca. 75%. Niet in èlk geval bestaat een vergunningplicht. Een aantal bedrijven is wel openlijk gevestigd en ontkend prostitutiebedrijf te zijn (al is het dat feitelijk wel) en komt daar mee weg - m.n. veel massagesalons, parenclubs en sekssauna's. Ook wordt soms gewerkt in zg cover-bedrijven - zoals al in de 30-er jaren toen vooral in naaiateliers - nu in haar-, nagel- en zonnebank-studio's, café's, restaurants enz. De groei van de sector ging aan de vergunde bedrijven geheel voorbij.

Niet geregistreerde en vergunde bedrijfsconstructies zijn vooral actief in de hotel-prostitutie, in recreatiebungalows of op particuliere en 'airbnb'-adressen. In dat deel van de sector is amper overheidstoezicht, is men niet bereikbaar voor de hulpverlening en is het fiscaal een vrijwel onbetreden gebied. Die zakelijke activiteiten en daarmee de werkplek en prostitutiearbeid is dan per definitie illegaal. En succesvol - er vallen dan zoveel kosten en belasting weg dat men vrijwel de totale omzet netto kan besteden.

Thuiswerk is meestal niet vergunningplichtig - maar niet zelden is 'thuiswerk' geen thuiswerk - men werkt dan bv. met meerdere dames op één adres en/of laat zich bemiddelen (of heeft afspraken met taxichauffeurs) en is dan wèl vergunningplichtig. Of men werkt als escort en heeft hulp van iemand (zoals de chauffeur) of laat zich toch bemiddelen (bedrijf, barkeeper of portier van het hotel). Daartegen wordt zelden structureel opgetreden. Wel als er aanwijzingen zijn van misstanden of openbare orde-problemen.

In de Wrp ontstaat geen vergunningplicht voor de alleen en in- of vanuit het eigen huis werkende sekswerker; zij is geen bedrijf maar moet dan echter wel 'als beroepsmatig werkende' aan andere voorwaarden voldoen, waaronder de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Vóór ingang van deze Wet vinden veel gemeenten thuiswerk een zakelijke activiteit waarvoor wèl een vergunning vereist is - die wordt dan vrijwel nooit gegeven en sluiting van het pand kan dan het gevolg zijn; mogelijk wordt de eigenaar van de woning ook van de activiteit op de hoogte gesteld en dat kan dan weer reden zijn de huurovereenkomst te beeindigen. Hoe die gemeenten gaan reageren na ingang van de Wrp is onduidelijk. (zie ook artikelen over thuiswerk en escort)

De handhaving laat het zwaar afweten en concentreerde zich vrijwel uitsluitend op alleen de vergunde bedrijven terwijl misstanden daar slechts bij incident voordoen. Veel gemeenten hebben andere plannen met gebieden waar prostitutie plaatsvindt en heeft derhalve ook een 'andere agenda' waarbij een slecht imago de baan vrij moet maken voor ambitieuze binnenstads-plannen. Daarvoor wordt bestuurlijk alles uit de kast getrokken en veel geld vrijgemaakt om dat doel te bereiken. 

Handhaving in het niet vergunde deel van de sector beperkt zich doorgaans op die gevallen waarbij duidelijk aanwijzingen zijn van mensenhandel, of bij openbare orde-problemen. Gemeenten hebben in de meeste gevallen de neiging het aantal vergunbare plekken te verminderen als deze niet snel worden weer ingevuld en haalt men er de bestemming vanaf. Soms is er ook een zg. uitsterfbeleid.

In de Wrp komt de mogelijkheid van de 'NUL-optie = geen enkele vergunning! Nieuwe vergunningaanvragen worden zelden gehonreerd; het is geen wonder dat daardoor het illegaal invullen van de markt zo'n grote vlucht genomen heeft en dat die vervolgens deels crimineel werd ingevuld. Maar, niet overal zijn misstanden en mensenhandel aan de orde - vaak gaat het om ontduiking van de vergunningplicht of inschrijvingsplicht KvK en/of fiscale verplichtingen - dat is ook fout maar wel van een andere orde.

Door te weinig werkplekken legaal mogelijk te maken wordt het probleem ook opgeroepen en vergroot. 

Voor een adequate handhaving is geen extra geld en menskracht beschikbaar - kennelijk wel voor bestrijding van bestaande bedrijven - het overcontroleren van bedrijven waar al meer dan 10 jaar geen enkel probleem bleek (6x per jaar) en steeds zwaardere regels opleggen die daarbuiten dus niet gehandhaafd worden.

Er is inmiddels door alle overheden en diensten gigantsich veel uitgegeven aan onderzoeken, rechtszaken en ook zo'n € 50.000.000,- is besteed aan uittreedregelingen. Dat laaste is vaak een doel op zich en het geclaimde succes is oi. mager. Het niet vergunde deel is jaarlijks echter goed voor een belastingontduiking van toch minimaal € 150.000.000.-, die dan blijft liggen...Daar kun je heel veel opsporing mee financieren...

Politiek ziet men alle problemen opgelost met de Wrp... Er komt eind 2017 - na veel oponthoud - mogelijk nieuwe wetgeving, de Wet regulering prostitutie - (Wrp).  De ontwikkeling van deze Wet is in 2007 gestart, in 2009 aan de Kamers aangeboden. (zie ook bij: WRP)

Veel gemeenten zien ondertussen in die Wrp nu al de legitimiteit om het beleid daar reeds op toe te passen. De VNG keek naar de Wrp en maakte reeds een model-APV op basis van de huidige wetgeving. Vooralsnog is de huidige wetgeving van toepassing.

Ongeacht de nieuwe wet...

Voor de bestrijding van misstanden zoals mensenhandel, uitbuiting, dwang en illegaliteit heeft men de Wrp niet nodig. In de wet zitten elementen die eerder dienstbaar zijn aan de mensenhandalaar, de uitbuiter en het illegaal werken interessanter maakt dan dat men het bestrijdt. In de politiek ziet men dat natuurlijk anders en spelen ook de partij-politieke belangen mee - niet altijd in het voordeel van de sector en de mensen die daarin werken. Al gebruikt men te pas en te onpas 'verbetering van de omstandigheden van de prostituee' als reden!

De misstanden - die overigens veel minder voorkomen dan de publiciteiet en vooroordelen doet vermoeden - dienen krachtig en bij voortduring bestreden te worden en eventueel kan men wanneer men daar kennis van heeft anoniem aangifte doen via 0800-7000. In toenemende mate wordt daar ook onderzoek op gericht. 

Wet en regelgeving strekt zich nogal breed uit; niet alleen de legalisatie zelf maar o.a. ook Arbeidswetgeving, Vreemdelingenwet. Landelijke hygiëne-regels, bouw-en brandveiligheidseisen en eerder genoemde Vestigingswet en regel-geving, de Wet Bibob, APV, ID-verplichtingen en Belastingwetgeving, Bestuursrecht etc. U krijgt dan ook te maken met de Bestemmingsplannen, vergunningaanvragen en de daaruit mogelijk voortvloeiende procedures w.o. de BIBOB-onderzoeken, de Politie/Ind, Arbeidsinspectie en Ggd-controles; controles door de Toezichthouders op de vergunningvoorwaarden, voorlichting in het bedrijf aan prostituees door GGD en andere hulpverleningsorganisaties etc.

In vergunde bedrijven is er altijd een relatie met de Belastingdienst. In raambedrijven zijn prostituees zelfstandige ondernemers die (ook) een eigen relatie moeten hebben met de fiscus; dat blijkt o.m. uit de administratie van de vergunde raamverhuurder wie dat zijn. Niet alleen de bedrijven maar ook alle sekswerkers zijn bekend bij de fiscus.

In de besloten bedrijven wordt in ruim 90% van de gevallen gewerkt met het fiscale zg. opting-in systeem, in die gevallen wordt fiscaal via het bedrijf afgerekend. Loondienst in slechts in amper 2% van de gevallen. Ondernemerschap voor de sekswerker komt voor, meestal in escortbedrijven. Echter, daarnaast gaat ca 75% van het prostitutieaanbod buiten de vergunningen om - niet ieder betaalt dan belasting.... het verstoort ook de concurrentie-positie van vergunde bedrijven en brengt prostituees in een financeel nadelige positie als zij legaal wil werken. Illegaal aanbod werkt als een magneet en de pakkans is miniem - zelfs de Belastingdienst wil er amper aandacht aan besteden vanwege de geringe opbrengst tegen de hoge inspanningen om te handhaven...!

Het roer moet dus om: Meer, marktconform en beter vergunnen, handhaven en illegale arbeid en misstanden krachtig bestrijden. Niet de legale en vergunde bedrijven en prostituees moet je uit de sector halen maar de illegaal, de illegaal werkende, de crimineel, misdadiger, mensenhandelaar moeten krachtig worden aangepakt., anders laat je de voedingsbodem voor mensenhandel, dwang en uitbuiting als overheid bewust bestaan.

Het is de politiek en overheid die vaak naar buiten brengt dat er in de sector veel misstanden en onvrijheid is maar zelfs in Amsterdam zit niet één vergund bedrijf of men kwam ook door de Bibob. Dat daar mogelijk mensenhandelslachtoffers werken kan niet liggen aan die ondernemers want het is een uitdrukkelijke sluitingsgrond - je mag aannemen dat Amsterdam zo'n kans dan niet laat lopen... 

Wetgeving is complex - maar het ligt eigenlijk minder aan wetgeving dan aan de uitvoering.